Schrijver Flip van Doorn was te gast bij de sociëteit om te vertellen over zijn recente boek De zwarte trui, dat werd genomineerd voor de Nico Scheepmakerprijs. Ieder jaar nodigt de sociëteit een van de kanshebbers voor deze prijs uit om meer te vertellen over het ontstaan van een boek, de rode draad in het verhaal en de keuze voor de titel.
Van Doorn nam de aanwezigen op plezierige en toegankelijke wijze mee in zijn schrijfproces. Zijn liefde voor reizen, zijn ervaring met verslaglegging, zijn historische kennis en zijn grote belangstelling voor de wielersport kwamen samen in De zwarte trui. Het boek belicht de schaduwkant van de wielersport aan de hand van acht sterfgevallen. Het gaat om ongelukken die niet altijd te voorkomen waren, maar die wielrenners er desondanks niet van weerhouden opnieuw op de fiets te stappen. Tegelijkertijd laten de verhalen zien hoe dergelijke gebeurtenissen de blik op de sport kunnen veranderen.
Een van de verhalen maakte bijzondere indruk op de aanwezigen: dat van Connie Meijer, een wielrenster uit Vlaardingen die in haar tijd tot de beste rensters van Nederland behoorde. Haar sportieve prestaties, doorzettingsvermogen en betekenis voor de ontwikkeling van het vrouwenwielrennen verdienen ook vandaag nog erkenning. Meijer overleed tijdens een wielerwedstrijd in Naaldwijk. De dag daarna maakte de KNWU de Olympische selectie bekend; Conny zou Nederland vertegenwoordigen op de Olympische Spelen, een droom die zij nooit heeft kunnen verwezenlijken.
De avond werd afgesloten met een quiz. Van Doorn legde de aanwezigen een reeks lastige vragen voor, waarbij zij moesten raden of een genoemde naam bij een wielrenner hoorde of bij een Belgisch biermerk. Sociëteitslid Peter Jansen wist bij de laatste vraag bestuurslid Titia Frijlink te verslaan.
De sociëteit kijkt terug op een geslaagde en inspirerende avond. Als dank ontving Flip van Doorn namens het bestuur een attentie en, geheel volgens traditie, een gastlidmaatschap voor een jaar. De sociëteit hoopt hem regelmatig terug te zien.



