SCHAATSAVOND BIJ SOCIËTEIT OLYMPISCH STADION

Eerbetoon aan de vriendinnen Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel, Willy de Beer in de sportlights

Op 11 februari 2026 organiseerden de Sociëteit Olympisch Stadion en de Stichting de Sportwereld in het Olympisch Stadion een bijzondere bijeenkomst over het schaatsen met aandacht voor de legendarische kunstschaatsers Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel. Dit tegen de achtergrond van de Olympische Winterspelen in Milaan en Cortina d’Ampezzo. Uitgebreid kwam Willy de Beer aan het woord, de langebaanschaatster die als eerste vrouw deelnam aan de Olympische Winterspelen in Innsbruck.

Vooraf aan het programma werd door de aanwezigen op twee grote schermen in de Olympic Room van het stadion gekeken naar de Olympische 1000 meter voor mannen die deze avond in Italië op het programma stond. Een afstand waarop de Nederlandse schaatsers de afgelopen jaren veel successen boekten. In Nagano won Ids Postma in 1998 goud en Jan Bos zilver, vier jaar later werd Jan Bos in Salt Lake City opnieuw tweede achter Gerard van Velde. Ook de drie laatste edities was de kilometer een prooi voor Team NL. In 2014 was Stefan Groothuis in Sochi de winnaar, Michel Mulder werd toen derde. In 2018 was Kjeld Nuis de snelste. In 2022 won Thomas Krol goud in Beijing. Zouden de Nederlandse schaatsers, Kjeld Nuis, Joep Wennemars en Jenning de Boo vanavond weer kunnen toeslaan ondanks het sterke deelnemersveld? In de Olympic Room ging men er maar eens goed voor zitten na afloop van het overheerlijke buffet, verzorgd door Frans Otten Stadion. Als eerste Nederlander kwam Kjeld Nuis aan de start. De tijd was goed, maar niet goed genoeg. Uiteindelijk werd hij zesde. Vervolgens was het de beurt aan Joep Wennemars, die fantastisch schaatste en op weg was naar een uitstekende tijd. Maar bij de laatste wissel werd hij zwaar gehinderd door de Chinees Lian Ziwen die hem voorrang had moeten geven. Wennemars ging bijna onderuit maar zette toch nog de tot dan beste tijd op de klokken. In de volgende rit ging een andere Chinees onder die tijd. Even later reden de twee topfavorieten tegen elkaar. Jordan Stolz won in een nieuw Olympisch record, Jenning de Boo reed in zijn kielzog de tweede tijd. Wennemars werd vijfde. Maar het was nog niet gedaan, want Joep mocht een half uur later overrijden. Zou hij nog een medaille kunnen winnen? Ook in de Olympic Room van het Olympisch Stadion hield men de adem in, ondanks het feit dat Wennemars zich voor een onmogelijke opdracht zag geplaatst. Een half uur? Zo snel kan je immers niet herstellen. Onrecht! Het organiserend comité had hem op basis van het reglement meer hersteltijd kunnen geven, maar deed het niet. Een wonder bleef uit en de zwaar teleurgestelde Wennemars moest het na zijn tweede rit van de avond, vermoeid als hij was, doen met een vijfde plaats én een diploma.

De stemming zat er goed in toen het programma van start ging met korte toespraken van de voorzitters van de Sociëteit en de Sportwereld, Machiel van der Woude en Sanne Muijssen. De laatste stond o.a. stil bij het vertrek van zijn voorganger Jan Rijpstra, die enkele mooie cadeaus in ontvangst mocht nemen. Daarna was de ‘floor’ voor de sporthistorici Jurryt van de Vooren en Marnix Koolhaas die aan de hand van oude TV-opnames en schitterende foto’s  vertelden over het sportleven van Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel, de kustschaats iconen uit de vijftiger en zestiger jaren. Sjoukje en Joan maakten in 1956 hun olympisch debuut, in Cortina d’Ampezzo, op 14- en 15-jarige leeftijd. Via een smaakmakend TV-interview van Siebe van der Zee maakte Nederland vanuit Cortina kennis met Sjoukje en Joan, die consequent met ‘jongens’ door hem werden aangesproken. Sjoukje en Joan waren er al vroeg bij, trainden nadat Sjoukje niet meer in Amsterdam kon schaatsen gezamenlijk in Den Haag bij Annie Verlee en in Londen bij de Zwitser Arnold Gerschwiler. Aanvankelijk had Joan Haanappel het meeste succes, ze debuteerde in 1953 al op 12-jarige leeftijd op de Europese kampioenschappen. In 1955 werd ze Nederlands kampioen, een titel die ze nog drie keer behaalde. Joan won driemaal een bronzen medaille op de Europese kampioenschappen, nam tweemaal deel aan de Olympische Spelen. Bij de spelen in 1960 in Squaw Valley werd ze vijfde. Na een mislukt WK in dat jaar zette ze een punt achter haar wedstrijdloopbaan en ging ze als professional schaatsen bij de Wiener IJsrevue en later bij Holiday on Ice. Sjoukje Dijkstra brak in 1959 op 17-jarige leeftijd echt door. Ze werd in dat jaar voor het eerste Nederlands kampioen, tweede op het EK en derde op het WK. Vanaf 1960 werd ze vijf keer Europees kampioen en in 1962, 1963 en 1964 wereldkampioen. Na haar Olympisch debuut in Cortina d’Ampezzo behaalde ze in 1960 in Squaw Valley de zilveren medaille om in 1964 in Innsbruck een kroon op haar werk te zetten met een gouden medaille. Na het Olympisch goud stopt ook Sjoukje met de wedstrijdsport en werd prof bij de ijsrevue Holiday on Ice, waar ze met Joan de sterren van de hemel schaatste. Sjoukje en Joan bleven boezemvriendinnen hun leven lang en overleden in 2024 kort na elkaar.

Aan de Olympische Winterspelen van Innsbruck in 1964 nam ook Willy de Beer deel. Nu, 62 later, is Willy in de Olympic Room aanwezig om op indrukwekkende wijze te vertellen over haar schaatscarrière, die aan de wieg stond van het langebaanschaatsen van vrouwen. Maar ook over ontmoeting met Sjoukje Dijkstra, waarmee zij in Innsbruck een studio deelde in het Olympisch dorp. Dat was erg gezellig en de jonge dames, toen allebei 22 jaar oud, deelden hun ervaringen. Maar heel veel tijd hebben ze samen niet doorgebracht. Zo was Sjoukje meestal al heel vroeg vertrokken naar de ijsbaan. Zij was toen al een ster met een reeks titels op internationaal niveau, Willy was ‘slechts’ Nederlands Kampioen in 1962 (op kunstijs) en in 1963 (op natuurijs). Het langebaanschaatsen voor vrouwen stond toen nog in Nederland in de kinderschoenen. Willy was een echte pionier, op jonge leeftijd begonnen in Medemblik op de korte baan. In 1961 werd de Jaap Eden-baan aangelegd, de eerste 400-meter kunstijsbaan van ons land. Daar kwamen veel schaatsliefhebbers op af. Ook vrouwen, zoals Willy, Carry Geijssen en Stien Kaiser, die samen gingen trainen. Zonder enige bemoeienis van de KNSB, die het langebaanschaatsen voor vrouwen nog niet had omarmd. De schaatsbond stuurde nog geen vrouwen naar een WK, maar door een samenloop van omstandigheden (de ploegarts had op het laatste moment afgezegd!) was er een ticket over voor en kon Willy in 1963 verrassenderwijs mee naar de WK in Japan, waar het allround toernooi plaats vond voor mannen en vrouwen. Dit in een equipe die verder bestond uit Henk van der Grift, Rudie Liebrechts en Arie Zee. Dit onder gezag van Klaas Schenk, de vader van. Er was in Japan sprake van een Russische hegemonie, de Russinnen waren veel beter dan de rest. Willy eindigde na een mislukte 500 meter tenslotte op een veertiende plaats, maar reed wel verschillende persoonlijke records.

Het was voor Willy in Japan een fantastische tijd, het hoogtepunt uit haar carrière. Ze voelde zich thuis in de groep, de Japanners hadden alles perfect geregeld. De zevende plaats op de 1500 meter bezorgde haar de uitverkiezing voor de Olympische Spelen. Stien Kaiser, die in januari 1964 de records van Willy verbeterde mocht niet mee van de KNSB omdat ze als 24-jarige te oud was. Ze zou, zo dacht men, wel snel stoppen met schaatsen om een gezin te  stichten. Wat een inschattingsfout! Stien Kaiser werd in 1967 (Deventer) en in 1968 (Helsinki) wereldkampioen en won op 33-jarige leeftijd, als moeder van twee dochters, in 1972 goud op de Olympisch Winterspelen van Sapporo. De successen van Stien inspireerden Willy, die in 1965 getrouwd was en eigenlijk was gestopt met topschaatsen, tot een comeback. Bij het NK werd ze verrassend tweede achter Carry Geijssen, maar wel voor Stien Kaiser. Ze had daarmee een ticket verdiend voor de WK in Finland, maar maakte er geen gebruik van. Als jonge moeder kon ze niet twee weken van huis. Wat betreft haar deelname aan de Winterspelen in Innsbruck: “Daaraan heb ik, los van Sjoukje, geen leuke herinneringen. Ik was de enige Nederlandse vrouw bij het allround schaatsen en hing er maar een beetje bij. Ik moest toen alles in mijn eentje doen en voelde me doodongelukkig. Maar terugkijkend heb ik, overall, een fantastische tijd gehad met het schaatsen”.

Het was, zo werd aan het eind van de avond vastgesteld, een prachtige schaatsbijeenkomst, waar de aanwezigen zeer van hebben genoten. Volgend jaar, zo is het plan, zullen de Sociëteit Olympisch Stadion en de Stichting de Sportwereld in hechte samenwerking weer een dergelijke bijeenkomst organiseren. Iets om naar uit kijken!

Machiel van der Woude/15.02.2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *